Afscheidsbrief van Heleen
tijdens de avondwake

Lieve Lidy,

De dagen volgen elkaar op. Ik ben de tel kwijt. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat je stierf, en het is nog zo onwerkelijk.

Je was jezelf niet meer, de laatste tijd. Je slopende ziekte had je veranderd. Hoe hard je ook volhield dat je het ging redden en hoe hard je ook plannen maakte voor "als je weer beter was" - ik geloofde er niet in. Toen eenmaal de diagnose was gesteld van levercirrose, wist ik definitief dat er geen "beter" meer zou komen. Daarom raakte ik ook in verwarring en werd ik zelfs boos toen je toch bleef volhouden dat je het te boven zou komen en toen een andere afloop niet met jou bespreekbaar was. Juist jij, voor wie alles altijd bespreekbaar was. Juist jij, die zoveel anderen de weg had gewezen - ook mij - naar een goede omgang met zichzelf. Kon het mogelijk zijn, dat juist jíj niet in de gaten had wat er met je gaande was?

Tot op het laatste toe heb je dit volgehouden. Of nee - toch niet tot het laatste. Donderdag, toen je in het ziekenhuis lag te sterven met ons en veel andere dierbaren om je heen - toen kwam opeens die prachtige ontspanning over je. Alsof je je er toch, uiteindelijk, mee verzoend had. En ook toen je werkelijk je laatste adem uitblies - zo vredig, zo stil.

Zoveel mensen zijn er gekomen, zoveel herinneringen opgehaald. Zoveel verdriet gedeeld. Je bent nog steeds in ons midden, Lidy, je bent springlevend in de harten van ons allemaal. En iedereen heeft weer die eigen speciale band met jou gehad. Zus, tweede moeder, vriendin - je hebt zoveel voor mensen betekend. Ik geloof niet dat ik iemand ken wiens dood zo'n groot gat heeft geslagen in zoveel levens.

En we hebben zelf ook een lange weg afgelegd, jij en ik en met ons vieren als communiteit. Zo vaak was jij de stuwende kracht achter ons samen-leven. Altijd op zoek naar het positieve in een situatie - en vaak vónd je dat ook. Ik weet dat je er veel pijn aan hebt gehad als je je niet begrepen voelde binnen de congregatie waar je toch met hart en ziel voor gekozen had. Je was een buitenbeentje, altijd. Eén die verder zag. Eén die vragen stelde die vaak niet welkom waren. Ondanks het feit dat het altijd vragen waren die gingen over de kern van de dingen. Vragen die wellicht juist daaróm niet welkom waren.
Ik was één van die mensen die jij de weg wees naar een goede omgang met zichzelf. En al voelde ik op den duur de behoefte om me meer los te maken van jou en groeide er, als gevolg daarvan, enige afstand tussen ons - ik ben je er nog steeds intens dankbaar voor. Eén moment weet ik me nog te herinneren als de dag van gisteren. Ook ik ben, zolang als ik me kan herinneren, een buitenbeentje geweest en ik leed daaronder. Tijdens één van onze vele gesprekken vertelde ik jou dat. En jij vertelde over je eigen leven, dat óók getekend was geweest door "nooit er echt bijhoren". Onder het spreken kreeg je tranen in je ogen, en ik ook. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me helemaal begrepen. En aanvaard. Dat gesprek heeft het voor mij mogelijk gemaakt om tot vrede te komen met wie ik ben.

Lidy, deze gesprekken zijn nu definitief verleden tijd. Voor mij en voor heel veel anderen. Eén ding weet ik wél: je leeft voort. In ons drieën, je communiteitsgenoten, en in iedereen die het voorrecht heeft gehad om jou te ontmoeten.

Ga in vrede. Ga met God. We zullen elkaar wéérzien.


Terug